Klei is een slijtage- en verweringsprodukt van gesteenten, dat ontstaat door inwerking van vooral zon, vorst en wind. Sneeuw en regen voeren de klei naar beken en rivieren, die het weer naar lager gelegen gebieden brengen, waar de klei als slib in stilstaand water bezinkt. Dit zeer langzaam verlopend proces heeft door eeuwen heen vele lagen gevormd. Overal in Europa vindt men kleilagen, verschillend van kleur, naar gelang het soort gesteente waaruit zij zijn ontstaan. De kleuren duiden op de aanwezigheid van verschillende metaal-oxyden en zijn scheikundig verklaarbaar.De vindplaatsen, kleigroeven genaamd, bevinden zich zowel aan het grondoppervlak als diep daaronder, waar de kleilagen in dikte variëren van één tot dertig meter. De in Nederland gevonden klei wordt door de fijn-keramische bedrijven weinig gebruikt, omdat zij van te jonge formatie is en teveel verontreinigingen bevat, zoals steentjes en plantenresten. Ook de chemische samenstelling voldoet niet aan de eisen. Deze klei wordt daarom het meest gebruikt in de grof-keramische industrie voor bakstenen, dakpannen en roodstenen bloempotten. De klei zoals deze uit de grond komt, is nog niet geschikt voor de keramische bedrijven. Zij moet eerst worden gezuiverd, gemalen en gezeefd. Hierna voegt men, afhankelijk van het doel waarvoor men de klei gaat gebruiken, ander grondstoffen en water toe. Zo krijgt men tientallen verschillende keramische massa’s. De laatste bewerking, die klei ondergaat, is het voeren door een vacuumstrengpers, deze onttrekt alle lucht aan de klei en vormt het bekende 10 kg broodje. |
|
![]() |
Hiernaast een oude Griekse vaas |
Zo ontstond ook keramiek. Overal waar men sporen aantreft van oude menselijke nederzettingen zijn ook vondsten van
keramiek gedaan. Potscherven vormen voor een belangrijk deel de taal, waarin de aller oudste geschiedenis geschreven
staat. De grote bloei die de keramiek in Griekenland doormaakte omstreeks 500 voor Chr. en in China vanaf ongeveer
700 na Chr. zijn van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de keramiek in latere eeuwen in Europa. Echter,
in de 18de en 19de eeuw raakte de keramiek in verval tot het eind van de 19de eeuw, toen de belangstelling voor
het vervaardigen van gebruiksvoorwerpen allengs weer begon te groeien, mede als tegenhanger van het industriële
vervaardigingsprocédé. Werden aanvankelijk van 1900 tot 1950 gebruiksvoorwerpen op een ambachtelijke wijze gemaakt,
na 1950 kwam daarin veranderingen en ontwikkelde de keramiek zich als een vrije kunstvorm. Inmiddels is de keramiek
uitgegroeid tot een van de meest boeiende takken van de beeldende kunst.
|
|
eigen werk ![]() |
examenstuk ![]() |